donderdag, juli 26, 2012

Sekspartij



Door: Ewout Klei

Het Gereformeerd Politiek Verbond maakte tijdens de verkiezingscampagne van 1994 veel gebruik van de schaakmetafoor. De kleine partij vatte het politieke spel op als een denksport en zag zichzelf als een kleine maar krachtige pion op het politieke schaakbord. Door zich als pion te presenteren plaatste de partij zichzelf echter meteen in de marge, en mede hierdoor won het GPV er geen zetel extra bij. De schaakmetafoor werd bovendien niet door iedereen begrepen. Volgens een apocrief verhaal liep een kind rond in een levensgrote GPV-pion door het Utrechtse winkelcentrum Hoog Catharijne, zonder dat buitenstaander door hadden wat hier nou precies mee werd bedoeld. Zelfs Remi in Alleen op de wereld had zich nooit zo eenzaam gevoeld.
De schaakmetafoor is dus niet zo succesvol. Als journalisten het over politiek schrijven, maken ze dikwijls gebruik van de voetbalmetafoor, want net als politiek is voetbal oorlog. Politici scoren (al dan niet in eigen doel), staan soms buitenspel en maken soms een grove overtreding (met een gele of rode kaart tot gevolg). Verder is een partijcongres een bijeenkomst van de fans van de club (met sjaaltjes, grote televisieschermen en voldoende alcohol) en de speech van partijleider op dit evenement wordt een thuiswedstrijd genoemd.
Een andere metafoor, die eigenlijk zelden wordt gebruikt, is de seksmetafoor. Nederland is namelijk geen vrijgevochten land, maar eigenlijk zijn we nog steeds heel preuts. De Vrije Seks Partij (afgekort VSP, niet te verwarren met het nieuwste boek van Leon de Winter, dat heet VSV) slaagde er niet in, om in de Kamer en zelfs niet in de gemeenteraad van Amsterdam te komen. Over deze partij schreef journalist Roelof Bouwman vandaag in HP de Tijd:

‘Gratis pillen en condooms voor het volk’, ‘pornografie vrij’, ‘vrije seks voor gevangenen’ en ‘meer nudistenkampen’: zomaar wat hoogtepunten (niet dubbelzinnig bedoeld) uit het partijprogramma van de Vrije Seks Partij. Het project werd gesponsord door pornopionier Peter Muller, die zo extra publiciteit probeerde te genereren voor zijn blotemeidenblad Candy. Toen ‘zelfs’ Amsterdam bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1970 niets in de VSP bleek te zien, viel het doek. Hans Hofman, destijds lijsttrekker (niet dubbelzinnig bedoeld), zou later bekendheid krijgen als persfotograaf.

De poging van de VSP om zich te nestelen was dus onvruchtbaar gebleken. Een heroprichting van deze partij is mogelijk, maar door vaker seksmetaforen te gebruiken, kunnen we de erfenis van de VSP misschien beter hoog houden. Inspiratie is volop aanwezig: als de ene partij de andere partij laat vallen als coalitiepartner, is dat straks vreemdgaan. Als politici in interviews opeens positief zijn over een andere partij noemen we dat baltsgedrag, en als het verkiezingsprogramma er pico bello uitziet, dan schrijven we: hier kunnen andere partijen nog een puntje aan zuigen. Het gebruik van seksmetaforen maakt politiek spannender. Nieuwe groepen worden zo ook bij het spel betrokken.
Er kleeft echter wel één groot risico aan. Door de seksualisering van de politiek, kan de seksualiteit gepolitiseerd worden. Toen de Italiaanse politieke filosoof Nicóllo Machiavelli sprak over virtu (deugd en wilskracht, door Machiavelli geassocieerd met mannelijkheid) die fortuna (voorspoed en welvaart, door Machiavelli geassocieerd met vrouwelijkheid) moest bedwingen, bedoelde hij niet alleen dat krachtdadig politiek handelen de enige sleutel was tot succes, maar ook dat de man de vrouw moest onderwerpen, omdat de vrouw dat in zijn verbeelding eigenlijk graag wilde. Het feminisme was duidelijk nog niet uitgevonden in die tijd. De double entendre van woorden kan ook vice versa werken. Een vrijpartij wordt een stuk minder gezellig, als je opeens moet denken aan een politieke partij, in het ergste geval aan de Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders.
Ten slotte, mocht de seksmetafoor om bovenstaande tegenwerpingen of om andere redenen volgens u toch te ver gaan, dan kunnen we als alternatief ook de piratenmetafoor gebruiken. Als een politicus geen goede visie heeft dan zeggen we: ‘Hij heeft een lapje voor zijn oog’. Backbenchers heten voortaan papegaaien en politieke issues zoals ‘islam’ of ‘Europa’ kun je enteren.

Argh!


maandag, juli 23, 2012

De ‘seculiere staat’ in tien vragen en antwoorden


Op maandagavond 6 februari 2011 organiseerde het Politiek Café Den Haag in de Haagse Kluis, Plein 20, een debatavond over de ‘seculiere staat’. Als Joop-opiniemaker en ‘godfather’ van de D66-Themawerkgroep Levensbeschouwing en Religie debatteerde ik (op persoonlijke titel) met de conservatieve columnist Bart Jan Spruyt, PvdA-parlementariër Pierre Heijnen, voormalig CDA-prominent Anton Zijderveld en last but not least Hans de Vries, voorzitter van de in 2010 opgerichte Atheïstisch Seculiere Partij (ASP).
In de discussie stonden tien vragen centraal, die ik bij wijze van vingeroefening van te voren had uitgewerkt. Dit is de bewerking van deze uitwerking.


Ewout Klei


1. Wat is de definitie van een seculiere staat?
Een staat die neutraal is, en de verschillende levensbeschouwingen principieel gelijk behandelt, en ook religieuze mensen niet bevoordeeld ten opzichte van niet-religieuze mensen.

22. Hoe zou dit tot uiting kunnen komen in onze huidige maatschappij?
Nederland was vroeger een protestantse natie. Protestanten hadden meer rechten dan andersgelovigen. Katholieken, remonstranten, doopsgezinden en joden werden gediscrimineerd. De Bataafse Revolutie van 1795-1798 maakte hier een einde aan, maar begin negentiende eeuw werden deze revolutionaire hervormingen teruggedraaid. Pas in 1853 kregen katholieken gelijke rechten, en pas in 1983 werd de historische band tussen de Nederlandse staat en de Nederlandse Hervormde Kerk definitief doorgesneden.
Hoewel de neutrale staat in Nederland bijna af is, zitten er op dit moment echter nog steeds theocratische restjes in ons staatsbestel. Die moeten worden opgeruimd.
Daarnaast moet de overheid uiterst voorzichtig zijn met betrekking tot religieuze organisaties die overheidssteun willen. Subsidie aan religie is echter niet bij voorbaat fout. Als een religieuze organisatie bijdraagt aan het algemeen nut, kan de overheid dit in principe ondersteunen. Religieuze organisaties die niet bijdragen aan het algemeen nut, en organisaties die discrimineren of een bedreiging zijn voor de volksgezondheid, mogen geen subsidie krijgen.

3. En op welke manier?
Ten aanzien van de theocratische restjes: we moeten af van de bede in de troonrede, het ´God met ons´ op de Euro, het feit dat de koningin een kersttoespraak houdt, het verbod op ´smadelijke godslastering´, het feit dat in veel gemeenten de winkels op zondag vaak gesloten moeten blijven en dat Nederland alleen christelijke feestdagen erkent.
Ten aanzien van de religieuze organisaties: het is niet erg als de overheid ook financieel zorg draagt voor monumentale gebedshuizen (kerken, moskeeën, synagogen, tempels enzovoort) die een grote culturele en historische waarde hebben. In zekere zin zijn die gebouwen van ons allemaal. Ze dragen bij aan het algemeen nut.
Vanzelfsprekend krijgen organisaties die gericht zijn op evangelisatie geen subsidie, omdat zij niet bijdragen aan het algemeen nut.
Ingewikkelder wordt het bij organisaties die zeggen zich te richten op het algemeen nut, maar een exclusief toelatingsbeleid hanteren. Youth for Christ doet veel goed werk voor jongeren, ook voor niet-christelijke jongeren, maar de organisatie neemt alleen christenen als jongerenwerkers aan. Dat is tot daar aan toe, maar in het Amsterdamse stadsdeel De Baarsjes was Youth for Christ bovendien de enige organisatie die voor de gemeente jongerenwerk mocht doen. Het is daarom een goede zaak, dat de stadsdeelraad uiteindelijk het contract met Youth for Christ heeft opgezegd.
Daarnaast bestaan er organisaties, die zeggen zich te richten op het algemeen nut, maar in werkelijkheid het tegenovergestelde doen. De evangelische organisatie Different, die homo’s wil ‘veranderen’ (vroeger heette dit ‘genezen’ maar dat zo durft de organisatie haar praktijk tegenwoordig niet meer te noemen), is daar het duidelijkste voorbeeld van. Er mag geen cent overheidssubsidie naar zulke organisaties gaan. Daarnaast is het de vraag, of de staat zo´n organisatie eigenlijk wel moet tolereren.
Het gevaar bestaat natuurlijk, dat voorstanders van de seculiere staat zelf een kruistocht beginnen, een secularistische wel te verstaan. De Britse lobbygroep The National Secular Society spant dure rechtszaken tegen religieuzen aan, onder andere om het ambtsgebed te verbieden. Hoewel het ambtsgebed ingaat tegen de scheiding van kerk en staat en derhalve afgeschaft dient te worden, kan dit geld in deze tijden wel aan nuttigere dingen worden besteed, bijvoorbeeld aan armoedebestrijding, ontwikkelingshulp, subsidie aan wetenschap en kunst enzovoort. Secularisme betekent namelijk ook, dat het doel niet de middelen heiligt. Zo’n houding past seculieren niet, maar fundamentalisten.

4. Bedreigt een seculiere samenleving de godsdienstvrijheid?
Nee. Seculier is niet hetzelfde als antireligieus. In voormalige communistische landen mochten christenen en moslims hun geloof vaak niet in vrijheid beleven. In een seculiere staat is er voor alle gelovigen en ongelovigen dezelfde ruimte. Fundamentalistische gelovigen zien dit natuurlijk anders. Zij willen een voorkeursbehandeling. Voor hun betekent godsdienstvrijheid absolute vrijheid voor de eigen groep, om andersdenkenden te discrimineren.
De seculiere staat verdedigt de vrijheid van godsdienst (freedom of religion) en de vrijheid om helemaal niet gelovig te zijn (freedom from religion). Niet iedereen is per slot van rekening religieus.

5. Is een christelijke staat te vergelijken met een islamitische staat qua legitimiteit?
Ja. Een christelijke staat en een islamitische staat gaan allebei uit van de gedachte, dat niet de democratie en de rechten van de mens bepalend zijn, maar de wil van God/Allah. Voorstellen waar wel een meerderheid voor te vinden is, maar die niet in overeenstemming zijn met de wil van God/Allah, mogen van een religieuze staat nooit wet worden. De wet moet altijd in overeenstemming zijn met de wil van God/Allah.
Een christelijke of islamitische staat geeft christenen respectievelijk moslims meer politieke rechten, dan andersdenkenden. De islamitische mensenrechten stellen, dat de Sharia boven alles gaat. In veel moslimlanden, worden levensbeschouwelijke minderheden (christenen, aanhangers van het Bahaigeloof, aanhangers van Zarathustra, Ahmaddiya-moslims, openlijke atheïsten) gediscrimineerd en soms zelfs vervolgd.
De Staatkundig-Gereformeerde Partij op haar beurt houdt vast aan de oude tekst van artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, waarin staat dat het de taak van de overheid is “om te weren en uit te roeien alle afgoderij en valsen godsdienst, om het rijk des antichrists te gronde te werpen”. De SGP is niet voor vervolging van andersdenkenden, maar vindt wel dat zij hun overtuiging niet al te openlijk mogen belijden. Vroeger was de partij voor verbod op katholieke processies (in 1983 is dit verbod pas ingetrokken), tegenwoordig wil de partij een verbod op de bouw van islamitische minaretten.
De SGP-staat is een utopie, maar in Hongarije lijkt een christelijke staat realiteit geworden te zijn. Hongarije heeft een christelijk-conservatieve regering, met een christelijk-conservatieve grondwet, waarin andersdenkende minderheden minder rechten hebben. De regering erkent alleen nog maar de orthodox-christelijke en orthodox-joodse gemeenschappen, niet de islamitische, boeddhistische, vrijzinnige, humanistische en andere gemeenschappen. Ook worden openbare scholen opeens christelijk, en worden leerlingen gedwongen om aan godsdienstoefeningen mee te doen (Lajos Mojar op de meeting van The European Parliament Platform for Secularism in Politics).
Volgens hoofdredacteur Mariska Orbán (what’s in a name?) van het Katholiek Nieuwsblad is men zo kritisch op Hongarije, omdat de regering christelijk en conservatief is. De kritiek op Orbán komt echter van onafhankelijke instanties. De Europese Commissie is een officiële inbreukprocedure gestart tegen de aantasting van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, constitutioneel experts van de Raad van Europa hebben kritiek op de Grondwet en de manier waarop die in razend tempo door het parlement is gedrukt, de OESO ten slotte hekelt de beperking van de persvrijheid.

6. Kan een staat in absolute zin neutraal zijn?
Nee. Absolute neutraliteit is absoluut onmogelijk. We zijn mensen en we zijn altijd een beetje subjectief. De wetenschap is ook niet 100% neutraal. We moeten in de politiek, net als in de wetenschap, wel streven naar neutraliteit, omdat we anders zijn overgeleverd aan willekeur.
GroenLinks-ideoloog Dick Pels heeft het streven naar neutraliteit opgegeven. Volgens hem is absolute neutraliteit onmogelijk en hoort een beroep op de absolute waarheid niet in het politieke discours thuis. De kracht van de democratie, is de kracht van het relativeren. Omdat relativisme volgens Pels beter is dan het absolutisme, pleit hij voor een ‘absolutistisch relativisme’ en een niet-neutrale staat die het ‘vrijzinnig paternalisme’ uitdraagt. Met dit laatste bedoelt Pels een relativistische vrijzinnigheid, die door de overheid met zachte dwang aan de absolutistische orthodoxe gelovigen moet worden opgelegd.
Hoewel ik de intenties van Pels begrijp en tot op zekere hoogte ook wel deel, ben ik toch een beetje voorzichtiger. Woorden als paternalisme en absolutisme roepen bij mij een sterke weerzin op, ook als ze door Pels worden verbonden met begrippen die eigenlijk het tegengestelde inhouden, vrijzinnigheid en relativisme. Ik denk dat een overheid moet streven naar neutraliteit, ook als zoiets als de absolute neutraliteit en de absolute waarheid niet bestaan. De overheid moet een beetje voorzichtig zoeken, in plaats van te kiezen voor de gemakkelijke weg van de vrijzinnig-paternalistische willekeur. Zo’n staat vertoont, net als een christelijke of islamitische staat, theocratische en totalitaire trekjes. Maar wellicht ben ik ook te veel D66’er, dat ik op mijn hoede ben voor ideologieën, ook al noemen deze zichzelf vrijzinnig.

7. Waar ligt de scheiding van de seculiere staat?
- Samenleving versus religieuze gemeenschappen
- Religieuze symbolen (hoofddoeken in publieke functies maar ook het dragen van andere zichtbare religieuze uitingen)
Het antwoord op deze vraag is heel lastig. Mensen hebben aan de ene kant het recht om hun geloof op hun manier te uiten, ook als groep, maar aan de andere kant moet de overheid discriminatie tegengaan. De overheid is inderdaad niet neutraal als bijzonder religieus onderwijs gesubsidieerd wordt, al helemaal niet als er op dit onderwijs geleerd wordt dat homoseksualiteit een zonde is, en dat de evolutietheorie ‘maar een theorie’ is. Het niet-subsidiëren van zulke scholen is beter. Op een openbare school krijgt iedereen dezelfde kans, ongeacht iemands godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of wat dan ook. Religieuze scholen verbieden gaat echter te ver. Dit kan alleen als een school het al te bont maakt, bijvoorbeeld als Jodenhaat of homohaat er openlijk worden gepropageerd.
Ten aanzien van religieuze symbolen: religieuze symbolen: openbare instellingen en overheidsinstellingen dienen neutraliteit uit te stralen. De vraag is echter of een rechter of ambtenaar van de burgerlijke stand die een hoofddoek, kruisje of een tulband draagt, per se onpartijdig is. Het is in de eerste plaats een persoonlijke keus, die we moeten respecteren. Het is wat anders als er in het gerechtsgebouw of in een openbare school een kruis hangt, zoals in veel katholieke landen het geval is, of als ambtenaar van de burgerlijke stand weigert om homo’s te huwen en dus weigert de wet uit te voeren. Dan is de overheid partijdig.
Het boerkaverbod is heel lastig. Aan de ene kant is het symboolwetgeving, puur ingegeven om de islamofobe PVV te pleasen. Aan de andere kant, de boerka zoals vrouwen die dragen in Afghanistan en Pakistan, is zelf ook een symbool van fundamentalisme en seksuele vernedering van de vrouw. De actie van twee quasi-feministen van GroenLinks, Karin Dekker en Ineke van Gent, die uit protest tegen het boerkaverbod een boerka aan wilden trekken, is om die reden een klap in het gezicht van alle islamitische vrouwen die onderdrukt worden. Toch is een boerkaverbod onwenselijk, want vrouwen ‘zeggen’ dat ze dit ‘vrijwillig’ aantrekken. Hoewel je misschien kan denken dat dit onzin is en het hoogstwaarschijnlijk onzin is, valt dit niet hard te maken. .
Ten aanzien van het vrouwenstandpunt van de SGP speelt er weer iets anders: daar bestaat een officieel verbod voor vrouwen om verkozen te worden.

8. Is de zorg om het vrouwenstandpunt van de SGP terecht, of is men alleen bang voor de veel strengere regels van een eventuele islamitische partij in de toekomst?
Allereerst: die islamitische partij komt er niet. Er zijn wel een paar pogingen gedaan om een landelijke partij uit de grond te stampen (de Arabisch Europese Liga, de Nederlandse Moslimpartij en de IslamDemocraten), maar deze zijn mislukt omdat er geen draagvlak voor is. De meeste moslims in Nederland stemmen op seculiere partijen die voor hun belangen op komen, in het bijzonder de Partij van de Arbeid is populair bij het moslimelectoraat.
Het vrouwenstandpunt van de SGP is in strijd met het VN-vrouwenverdrag. Een partij als de SGP is in andere Europese landen bovendien ondenkbaar. De Tories in Groot-Brittannië wilden niet met de SGP samenwerken in een nieuw te vormen conservatieve Europese partij, vanwege het vrouwenstandpunt van de partij. In een democratie heeft iedereen recht op vertegenwoordiging. De SGP misgunt vrouwen dat recht.
Bij de SGP wordt de soep misschien wel niet zo heet gegeten, als ze wordt opgediend. Het is ten eerste de vraag of SGP-vrouwen zich wel kandidaat stellen, ten tweede is het de vraag of ze wel op de lijst komen, en ten derde is het de vraag of ze wel worden gekozen. Het Gereformeerd Politiek Verbond, dat van 1948 tot 2003 heeft bestaan, had in tegenstelling tot de SGP geen formele bezwaren tegen vrouwen in de politiek. Toch duurde het tot ver in de jaren tachtig voordat de partij vrouwelijke bestuursleden kreeg, kreeg de partij pas in de jaren negentig vrouwelijke vertegenwoordigers, en heeft de kleine partij ten slotte nooit een vrouwelijk Kamerlid gekend. Een vrouwelijke SGP-parlementariër? Ik zie het de komende decennia nog niet gebeuren.

9. Moet artikel 6 uit de grondwet geschrapt worden?
VVD-Kamerlid Jeanine-Hennis Plasschaert heeft hier voor gepleit in het geruchtmakende interview met haar van journalist Kustaw Bessems. Volgens haar kon artikel 6, de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, worden geschrapt, omdat deze vrijheid eigenlijk al was besloten in artikel 7, de vrijheid van meningsuiting. Het is een slecht pleidooi. Eén voorbeeld: Het dragen van een hoofddoek, veel moslimvrouwen beschouwen dit als een religieuze plicht, kan op deze manier gemakkelijker worden verboden door overheden en werkgevers, met als gevolg dat veel moslimvrouwen moeilijker een baan kunnen krijgen.
De vrijheid van godsdienst en levensovertuiging leidt in de praktijk tot bevoordeling van gelovigen. Dit blijkt duidelijk uit het volgende voorbeeld. In 1998 werd de Nederlandse politicus Leen van Dijke, lid van de Reformatorische Politieke Federatie (een politieke partij die in 2000 in de ChristenUnie opging) veroordeeld tot een boete van 300 gulden vanwege beledigende uitlatingen over homoseksuelen. Hij had in een interview in 1996 gezegd praktiserende homoseksuelen vergeleken met dieven. In de rechtbank verdedigde Van Dijke zich door zich te beroepen op de fundamentele rechten van vrijheid van godsdienst en vrijheid van meningsuiting. Van Dijke ging in beroep en in 2001 werd hij vrijgesproken door de Hoge Raad. Omdat Van Dijke zijn uitlatingen baseerde op zijn religieuze overtuiging mocht hij deze doen. Had hij zich alleen op de vrijheid van meningsuiting beroepen, dan zou hij veroordeeld zijn. Dit voorbeeld roept de vraag op of mensen die zich beroepen op de vrijheid van religie inderdaad meer uitingsvrijheid hebben dan mensen zonder religie, en als dat het geval is, of dat gerechtvaardigd is.
Ten slotte zouden we ook wat kunnen leren van de Verenigde Staten, waar de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van meningsuiting niet als aparte grondrechten worden genoemd, maar allebei in het eerste amendement staan.


10. Is het onderwerp kerk, staat, geloofsvrijheid niet te belangrijk om aan politici voor te leggen?
Nee. Dominees en imams laten zich dikwijls uit over de politiek, dus politici mogen ook hun zegje over religie doen.


Recensie: Religion and the public order of the European Union
juli 21, 2012
Religion and the public order of the European Union is een interessante studie naar het verband tussen godsdienst en politiek in de landen van de Europese Unie, en in het algemeen in de Europese Unie. McCrea vermijdt gemakkelijke simplificaties en geeft een genuanceerd antwoord op een complex vraagstuk.

Onder de 27 Lidstaten van de Europese Unie is er geen consensus aan wat de beste regeling tussen Kerk en Staat zou moeten zijn. Hoewel alle landen van de Unie democratieën zijn, zijn zij verdeeld over deze vraag. Sommige landen hebben een Staatskerk. De Lutherse Kerk is de officiële staatskerk van Denemarken, en de Griekse grondwet ziet de Orthodoxe Kerk als de heersende godsdienst van Griekenland. Sommige landen hebben een pluralistisch model. Nederland heeft geen staatskerk, maar het bijzonder religieus onderwijs heeft dezelfde rechten zoals openbaar onderwijs en wordt bovendien financieel gelijkberechtigd. Ten slotte zijn er ook landen die een strikt seculier beleid voeren. In Frankrijk heeft godsdienst geen invloed op openbare instellingen. Het dragen van een hoofddoek is op openbare scholen niet toegestaan.

Volgens McCrea hebben twee tradities grote invloed op het huidige beleid van de Europese Unie ten aanzien van religie. Enerzijds is er de traditie van het secularisme. Dankzij het humanisme, de Verlichting, de Franse Revolutie en de secularisatie is Europa het meest geseculariseerde continent van de wereld. Aan de andere kant is de christelijke traditie van Europa nog steeds zeer invloedrijk. Ondanks het feit dat het Christendom zijn overheersende positie in Europa heeft verloren, koesteren vele lidstaten van de Unie hun christelijke tradities. Het christendom blijft een rol van betekenis spelen in nationale identiteit van sommige landen (de eerder genoemde staatskerken, maar ook de nationale vlaggen van sommige landen, waarin het christelijke kruis is verwerkt). Voorts heeft de Rooms-katholieke Kerk zijn politieke ambities niet opgegeven. De kerk roert zich vooral op het gebied van de ´kleine moraal´ (zoals euthanasie, abortus en homoseksualiteit). Ten slotte heeft het christelijk geloof veel invloed op nationale onderwijssystemen en op de gezondheidszorgvoorziening.

In de studie van McCrea wordt veel aandacht gegeven aan de gepolariseerde discussie in 2003 over de preambule van de Europese grondwet. In het eerste ontwerp van deze preambule was er geen verwijzing naar of God of christendom als bron van het culturele erfgoed van Europa. Er werd alleen in algemene termen naar religie verwezen. De Griekse en Romeinse beschavingen en de Verlichting daarentegen werden wel expliciet genoemd. Sommige landen en godsdienstige organisaties daarom waren zeer kritisch over dit eerste ontwerp. In de definitieve versie werden de verwijzingen naar Griekenland, Rome en de Verlichting geschrapt. Conservatieve christenen en sommige radicale secularisten bleven echter ontevreden, de laatstgenoemden omdat het definitieve ontwerp nog steeds een algemeen geformuleerde verwijzing naar de religieuze bronnen van Europa bevatte.

McCrea maakt een zeer interessante observatie ten aanzien van het selectieve gebruik van het secularisme-argument bij sommige Europese wetgeving. Sommige wetgevers zijn zeer bezorgd over de islam en ´islamisering´. Het heeft er weg van dat deze seculiere wetgeving alleen tegen de moslimbevolking is gericht. Het centrum-rechtse kabinet-Balkenende introduceerde in 2006 in Nederland een immigratietoets met een begeleidende video. Immigranten moesten behalve vragen over Nederland ook vragen over de Nederlandse normen beantwoorden. Er werd onder andere gevraagd, of vrouwenbesnijdenis en het slaan van vrouwen toegestaan waren, en hoe men zou reageren op een kussend homopaar. Voorts toonde de educatieve video kussende homo´s en topless vrouwen op het strand. Het vermoeden bij velen, dat deze immigratietoets eigenlijk tegen moslims was gericht, werd versterkt door het feit dat immigranten uit Westerse landen (uit de Verenigde Staten, Canada, Australië en Nieuw Zeeland) vrijgesteld waren voor de toets. Progressieve politici en opinieleiders waren natuurlijk zeer kritisch.

De Nederlandse benadering heeft zeer veel invloed op de politiek van andere Europese landen. De Duitse deelstaten Baden-Würtemmberg en Hesse introduceerden soortgelijke immigratietoetsen. Beide toetsen concentreerden zich op kwesties die bijzonder relevant werden geacht voor moslims, zoals vragen over 11 september, Israël en de Holocaust. Progressieve politici waren kritisch over deze toetsen. Volker Beck, een lid van de Duitse Grünen, zei dat minister van Binnenlandse Zaken van Baden-Würtemmberg, een conservatieve christendemocraat, vanwege zijn antihomobeleid zelf waarschijnlijk voor de toets zou zakken. Bovendien, en dit is heel opmerkelijk, gaf de deelstaatoverheid van Baden-Würtemmberg openlijk toe dat het nieuwe immigratiebeleid tegen moslims was gericht.

De Europese Unie en zijn lidstaten zijn minder seculier in hun benadering als het om het christendom gaat. Dit bleek zeer duidelijk uit het Lautsi arrest. Aanvankelijk besliste het Europese Hof van Rechten van de Mens dat de verplichte vertoning van kruisbeelden in Italiaans staatsscholen de rechten van niet-godsdienstige ouders schond. In 2011 echter werd dit besluit in hoger beroep verworpen. De lidstaten hebben het recht hun christelijke tradities te behouden. De islam, als ‘vreemde’ godsdienst, heeft in Europa blijkbaar minder rechten.

McCrea is een principieel voorstander van de gelijke behandeling van de verschillende godsdiensten. Hij verzet zich daarom tegen die wetgeving die (feitelijk) een onderscheid maakt tussen islam en christendom. Anderzijds verzet McCrea zich tegen een radicaal secularisme omdat religie (met inbegrip van het christendom) heeft bijgedragen aan de culturele identiteit van Europa. De genuanceerde benadering van McCrea stemt tot nadenken. Zijn studie is aan te bevelen voor iedereen die geïnteresseerd is in de vraag, hoe geloof en politiek zich tot elkaar moeten verhouden.

Ewout Klei

Na.v.: Ronan McCrea, Religion and the public order of the European Union. Oxford University Press. 2010. ISBN 9780199595358.

The need for secularism in the countries of former Yugoslavia


The need for secularism in the countries of former Yugoslavia
juli 17, 2012
The first International Conference of Liberals “Secularism and civic emancipation in The South East Europe” was held on 6, 7 and 8 July in Becici-Budva, Montenegro. This conference was organized by the Liberal Party of Montenegro under the auspices of Democrats 66 (D66) and the Liberal South East Europe Netwerk (LIBSEEN). Different speakers from different countries talked about the need for secularism in the Balkans’ nations and exchanged experiences.

A major topic on this conference was religious nationalism. When religion blends with nationalism, it becomes a dangerous mix. The Yugoslav Wars of the 1990s were encouraged by abuse of religions’ misinterpretations. The Serbian Orthodox Church is inextricably linked with Serbian national identity, and many of its clergy supported the wars. Liberal parties in the countries of former Yugoslavia want to devote themselves towards the emancipation of the new civil oriented generations, that will drag out the region of the existent divisions. Secularism (separation between church and state and equal treatment) is the only way to overcome religious and ethnic differences within one society or between societies and states.

Another major topic was religious education. In Croatia public schools have religious classes where they teach the doctrine of the Roman Catholic Church. Despite the fact that religious classes are not mandatory many pupils follow these classes due to social pressure. Non-Catholics (Christians from other denominations, Muslims, Atheists and Agnosts) are discriminated. According to the liberal parties, religion is to remain within the religious communities and therefore outside the public (educational) institutions.

Finally, it is worth repeating that a plea for secularism is not a plea against religion. For example, when a liberal politician votes against subsidy for an Islamic centre, he is not automatically an islamophobe. Secularist politicians therefore should be very careful of conservative religious framing of the debate, which denounce secularism as an anti-religious policy. The secularist plea for the separation between church and state and for equal treatment for everyone is in fact beneficial for all religious minorities, and for the religious freedom of individuals.

The conference strengthened my conviction, that liberals in Europe have to fight against religious nationalism, theocratic elements in national constitutions, religiously motivated discrimination and conservative religious framing of the debate. This struggle is for the freedom of religion and the freedom from religion.


Joost Niemoller is extreem-rechts
juli 12, 2012
Door: Ewout Klei

Nederland heeft vandaag de dag een aantal nieuwe taboes. Je mag tegenwoordig mensen niet meer extreem-rechts noemen, behalve als het echte neonazi’s zijn (met echte hakenkruizen en Hitlergroeten enzo). Geert Wilders maar ook de opiniewebsite De Dagelijkse Standaard komen dankzij dit taboe er altijd maar weer mee weg. Ze hoeven geen verantwoording af te leggen van hun extreme meningen, die toevallig ook nog eens rechts zijn. Als iemand kritiek heeft, dan is dit ‘demoniseren’ of een ‘Godwin’. Lekker makkelijk.

Om heel eerlijk te zijn, ik maak mij de laatste tijd helemaal niet zo druk meer over Geert Wilders. Dit laat ik liever over aan de streetfighters van links Nederland, René Danen en Peter Breedveld. Dat een aantal PVV-Kamerleden opstapte vond ik zeer vermakelijk, maar niet echt wereldnieuws. Het PVV-verkiezingsprogramma vond ik ook niet opzienbarend. Het was net als het programma van 2010 weer geschreven in een provocerend proza en was bovendien voor 50% toch niet uitvoerbaar (aldus Wilders zelf in de achterkamertjes). Ook de jeremiades van Neêrlands meest verzuurde opiniewebsite, De Dagelijkse Standaard dus, doen bij mij het bloed nog zelden koken. Ik ben misschien enigszins flegmatisch geworden. Maar misschien ligt het ook wel aan de komkommertijd.

Om een lang verhaal dat een beetje flauw begint te worden kort te maken, vanochtend was ik dus eindelijk weer eens echt boos. Deze keer vanwege een zeer suggestief schrijfsel van Joost Niemoller (ja, hij weer) op De Dagelijkse Standaard. In het artikel met de schreeuwende kop ‘Het wordt weer matten met moslims in Berlijn’ (toegegeven, ‘matten met moslims’ allitereert wel mooi) schrijft Niemoller over het anti-islamclubje Pro-Deutschland. Dit extreem-rechtse stadscommando (mijn woorden, natuurlijk niet die van Niemoller) is uit op ruzie. Pro-Deutschland wil namelijk in een Turkse wijk in Berlijn gaan demonstreren met de Mohammedcartoon van Kurt Westergaart, met als doel dat de vlam in de pan slaat en er rassenrellen (wederom mijn woorden) komen.

Niemoller beschouwt Pro-Deutschland een beetje als een dappere Gideonsbende, en denkt dat juist de ‘anti-fascistische groepen’ (deze aanhalingstekens zijn van Niemoller) voor geweld zullen zorgen, want zij zouden het op de politie hebben voorzien. Ook puriteinse moslims, de vermaledijde salafisten, zijn volgens Niemoller uiteraard uit op geweld. In Bonn was er een incident waarbij een agent die door een salafist werd doodgestoken. Ergo: als het uitloopt op rellen, dan zijn linkse anarchisten en de moslims hier verantwoordelijk voor. Vaderlandslievende Duitsers houden zich daarentegen verre van geweld, als we 1870-1871, 1914-1918 en 1933-1945 even buiten beschouwing laten (mijn woorden).

Natuurlijk, Niemoller roept zelf natuurlijk niet op tot geweld, maar hij lijkt een escalatie die uitloopt op geweld wel toe te juichen. Daarom is zijn ronkende reportage ook zo eng, en daarom ben ik ook echt weer boos deze keer.

Het allerengste is echter, dat Joost Niemoller het (volgens mij) allemaal bloedserieus meent. Als Columnist Theodor Holman zegt dat hij Anders Breivik begrijpt, probeert hij zo veel mogelijk mensen naar zijn toneelvoorstelling in De Balie te krijgen. Holman is een lul (excusez le mot), maar niet meer dan dat. Niemoller en ook sommige andere auteurs van De Dagelijkse Standaard daarentegen zijn net als de salafisten ware gelovigen. Zij denken volgens mij echt dat het vitriool dat hun pennen komt de enige waarheid en weg tot het heil is, de weg naar Utopia, het Nieuwe Jeruzalem, Welthauptstadt Germania.

The French Revolution and Freedom of Religion the Netherlands




juli 10, 2012
My paper for the 1st International Conference of Liberals ”Secularism and civic emancipation in The South East Europe”
July, 6th – 8th 2012 Hotel “Queen of Montenegro”
-­‐
Becici-Budva, Montenegro.

Regional Conference of the LIBSEEN member-­‐parties organized by the Liberal Party of Montenegro under auspices
of the Dutch social-liberal D66 party and the Liberal network LIBSEEN.



Ladies and gentlemen,

First, I want to thank you for your invitation to speak here for this audience. I hope you can learn something from me, but I hope I learn much from you too.

My name is Ewout Klei. I am a member of the Dutch political party Democrats 66. Together with Patrick Bijvoet and Anita van Rootselaar I am a board member of the D66-platform about philosophy and religion, an initiative of Amsterdam-centre council member Thijs Kleinpaste and myself. The platform provides input to the national D66 representatives, organizes debates and discusses the role of religion in society. One of our main goals is to make the political position of D66 on religious topics and secularism in general more profound.

Our platform has a national and a European focus. On the national level, we have been busy with a number of topics, such as 1) religious slaughter, 2) discrimination of homosexuals and/or women by religious organizations and 3) circumcision and female genital mutilation (the Dutch word for female genital mutilation, “vrouwenbesnijdenis” (female circumcision) is more friendly towards religion). We have established good contacts with various platforms, for example Femmes4Freedom who fight against discrimination of women in some strictly orthodox religious circles.

On the European level, we are very concerned about the new constitution of Hungary and the discrimination of religious minorities and non-believers in that country. We have also established contacts with other secular platforms, such as The National Secular Society in the United Kingdom, Catholics for Choice, The European Humanist Federation, La Association Européenne de la Pensée Libre and the European Parliament Platform for Secularism in Politics (EPPSP). The EPPSP is founded by Sophie in ‘t Veld, Member of the European Parliament for D66.

For D66, the separation between church and state is very important. We are against state religions and positive discrimination of religion. All world-views and religions should be treated equally and individuals must have a free choice. We defend both the freedom of religion as well as the freedom from religion.

The separation between church and state is a fruit of the French Revolution of 1789. Before the French Revolution, in France and in the Netherlands there was a state religion. The catholic kingdom of France discriminated protestants and Jews, and the Calvinist Dutch Republic discriminated Catholics, protestant dissenters and Jews. There was no freedom of religion. In the Declaration of the Rights of Man and of the Citizen, the National Constituent Assembly Of France asserted some fundamental principles. I will read some articles of this important Declaration now:

Article 4. Liberty consists in the freedom to do everything which injures no one else; hence the exercise of the natural rights of each man has no limits except those which assure to the other members of the society the enjoyment of the same rights. These limits can only be determined by law.

Article 5. Law can only prohibit such actions as are hurtful to society. Nothing may be prevented which is not forbidden by law, and no one may be forced to do anything not provided for by law.

Article 6. Law is the expression of the general will. Every citizen has a right to participate personally, or through his representative, in its foundation. It must be the same for all, whether it protects or punishes. All citizens, being equal in the eyes of the law, are equally eligible to all dignities and to all public positions and occupations, according to their abilities, and without distinction except that of their virtues and talents.

Article 10. No one shall be disquieted on account of his opinions, including his religious views, provided their manifestation does not disturb the public order established by law.

Article 11. The free communication of ideas and opinions is one of the most precious of the rights of man. Every citizen may, accordingly, speak, write, and print with freedom, but shall be responsible for such abuses of this freedom as shall be defined by law.

Freedom of religion is intertwined with the freedom of speech in the Declaration of the Rights of Man and of the Citizen, as we can see in article 10. People can think and communicate their opinions, including their religious views. The freedom of religion is only limited by the law, in case religious manifestations disturb the public order. Religious freedom is not without responsibility. If a person abuses his freedom, he shall be responsible for his actions.

The Declaration of Rights of Man and of the Citizen focuses strongly on the rule of law. The law is the expression of the general will, the democratic will, and all citizens are treated equally and have the same civil rights. The state is not allowed to reserve public positions and occupations for Catholics or protestants only, which was the practice in France and the Netherlands during the Ancien Régime.

The French Declaration of Rights of Man and of the Citizen had a strong influence on the Dutch civil rights. In 1796, one year after the French armies invaded the Netherlands and the Batavian Republic was established, church and state became separated. Before 1796, only members of the Dutch Reformed Church were allowed to occupy public positions. Our first National Assembly however had catholic, Jewish and protestant dissenter representatives. However, when emperor Napoleon met his Waterloo at Waterloo and the House of Orange was back in the saddle, these liberal changes were made undone. After 1848 catholics, Jews, protestant dissenters and new groups like atheists finally were emancipated , thanks to the new liberal constitution of Johan Rudolf Thorbecke.

During the nineteenth century, conservatives fought against the legacy of the French Revolution, and wanted to restore the privileges of the nobility and the church. In the Netherlands, the conservatives were led by Guilliaume (French for William) Groen van Prinsterer, an pious nobleman. In the last years of his life however, Groen realized that it was impossible to reverse all the changes of modernity. He therefore accepted with much pain in his heart the liberal constitution of 1848. His successor, Abraham Kuyper, was a democrat. He was far more enthusiastic about the liberal constitution, and advocated universal male suffrage. His followers, the Christian Democrats, accepted democracy and (sometimes with a little hesitation) the legacy of the French Revolution. The contemporary heirs of Groen however – the Reformed Political Party (de Staatkundig Gereformeerde Partij) and the ChristianUnion – are still antirevolutionary. The Reformed Political Party is very conservative. The party is ambiguous towards democracy and only appeals to the human rights when its self-interest is at stake.

The current constitution of the Netherlands, is the constitution of 1983. It starts with the famous first article, which states the Equality by the Law and prohibits discrimination:

All persons in the Netherlands shall be treated equally in equal circumstances. Discrimination on the grounds of religion, belief, political opinion, race, or sex or on any other grounds whatsoever shall not be permitted.

Article 6 is about the Freedom of Religion:

Everyone shall have the right to profess freely his religion or belief, either individually or in community with others, without prejudice to his responsibility under the law.

Article 7 is about the Freedom of Speech:

No one shall require prior permission to publish thoughts or opinions through the press, without prejudice to the responsibility of every person under the law.

Importantly, the aforementioned article six of the Dutch 1983 constitution gave the freedom of religion its own separate article. Not only the individual freedom of religion is protected in our current constitution, but the freedom of religious communities is too.

Most political discussions on religion in the Netherlands are discussions about article 1, 6 and 7 of the constitution. Freedom of Speech and Freedom of Religion on the one hand, and the ban on discrimination on the other hand, can sometimes clash. This is the case in homophobic statements for example.

In 1998, the Dutch politician Leen van Dijke, member of the Reformatory Political Federation (a political party that in 2000 merged in the ChristianUnion) was condemned to a fine of 300 guilders, because of the offending nature of remarks he made about homosexuals. In an interview in 1996, the MP told that he considered homosexual people who practice their orientation as in the same category as swindlers. In the court session Van Dijke based his defense on the fundamental rights of religion and speech. The court ruled that Van Dijke wrongly tried to avoid a sentence by referring to the freedom of religion and speech. These liberties also have their limits, the court said. Van Dijke appealed however, and in 2001 he was cleared by the High Court. Because Van Dijke´s remarks were based on his religious conviction, he was allowed to make them. If he had only based his defense on the Freedom of Speech, he would have been found guilty. Examples like these lead to the important question whether it is true that people who appeal to the Freedom of Religion indeed have more freedom of speech than people with no religion, and if so whether this is justified. Some liberal Dutch politicians, such as Jeanine Hennis-Plasschaert of the People’s Party for Freedom and Democracy (VVD), want to abolish the Freedom of Religion as a separate right. I myself find this statement a little too radical, but strongly I agree with them that non-believers must have the same civil rights as believers.

Sometimes Article 23 (the Freedom of Education) plays an important part in the discussions about religion too. Religious private schools received subsidy and are allowed to make their own identity policy. They can fire teachers and expel students who are homosexual. Private religious school nowadays cannot fire homosexual teachers solely on the ground that they are homosexual, because of the Equal Treatment Act of 1993.

In 2011 the homosexual teacher Duran Renkema was fired. Most likely, this happened because of his homosexuality, but the school’s official statement was that he was guilty of adultery and therefore fired. He was first married to a woman, after which he lived together with a man. Ignoring the fact that Renkema’s ex-wife was perfectly fine with it, and that she hoped that Renkema had finally found his happiness, the school wanted to get rid of him. Renkema said that he respected the Christian identity of the school and that in his belief, Christianity and homosexuality did´t have to exclude each other, but the school didn´t respect this particular belief and wanted to bring him into line.

The ChristianUnion staunchly supported the discriminatory policy of the school and their statement, that Renkema was an guilty of adultery. Not the expulsion of homosexuals was discrimination, but conservative Christians were discriminated by the secular majority and the gay lobby who want to enforce their liberal views on Christian schools. Conservative Christians in the Netherlands framed the political debate and portrayed themselves as the victims, instead of the offenders.

According to D66, homosexual teachers and students are equally eligible as heterosexuals. The principle of non-discrimination is not only prescribed in the case of public positions, but has to be the policy too in the case of private religious schools. Christian homosexuals like Renkema form a minority within a minority. D66 of course defends minority rights against discrimination of the majority, but also wants to defend the rights of the individual against discrimination of a minority. Majorities can bring people into line, but the case of Renkema clearly shows, that minorities can that too.

Last but not least, there is the discussion about the Freedom of Religion and the neutrality of the state. Are Muslim women allowed to wear a headscarf in civil service? And may a civil servant refuse to marry gay couples? Or does the law apply to everyone? Muslim women with a headscarf don´t discriminate others, while civil servants who refuse to marry gay couples do. Therefore, D66 only fights against the so-called ‘weigerambtenaren’ (the Dutch word for these type of civil servants). The other liberal party in the Netherlands, the People’s Party for Freedom and Democracy, also wants make an end to the weigerambtenaren, but due to its dependence on the outside support of the Reformed Political Party, there is still room for discrimination. Despite its small size, the ultraconservative Reformed Political Party can block liberal legislation.

The Dutch state nowadays is quite neutral and wants to treat all its citizens equal, but unfortunately the separation between church and state is still not complete. Every law begins with the statement that the Queen rules the Netherlands `by the grace of God´. This practice reminds me of the time of the Absolute Monarchy in France, when French Kings ruled their country by ´droit divin´ (divine right). Besides, Dutch coins have the edge lettering ´God zij met ons´ (God is with us). Moreover, the Queens´ throne speech ends with God´s blessing. Furthermore, in various Dutch municipalities every council meeting begins with a prayer. Finally, all Dutch communities are (in principle) allowed to open shops for only twelve Sundays a year, but in some areas, little use is made of this due to severe pressure from conservative Christians claiming Sunday as a day for worship only. One of the goals of D66 is to make an end to these theocratic elements in our political system.



Conclusion

Freedom of Religion in the Netherlands is a fruit of the French Revolution. It is an important civil right. In the first place it serves as a freedom for individuals, but in the second place it also serves as the freedom for communities to express their worship. Conservative believers however sometimes appeal to this freedom with the purpose to discriminate others, thereby abusing this freedom. The Freedom of Education faces the same problems. Conservative believers are framing the political debate about religion, portraying themselves as the victims. It is the task of liberal politics, to defend the Freedom of Religion, the Freedom of Speech and the principle of non-discrimination, to complete the separation between church en state and to unmask the attacks on this principles by conservative believers who only wants to abuse and undermine these rights.



Ewout Klei, Ph.D.







About Klei

Ewout Klei (1981) is specialized in political and religious history. He wrote his master thesis about the Dutch politician Joan Derk van der Capellen tot den Pol (1741-1784). This advocate of the American struggle for Independence and leader of the Dutch patriot movement deeply inspired the populist politician Pim Fortuyn (1948-2002). In 2011 Klei finished his Ph.D.-thesis about the Reformed Political Alliance, a small conservative Christian party in the Netherlands, with little power but from time to time some influence.

In 2011, Klei founded the D66-platform of Philosophy en Religion. Klei is now committee member of the platform.

Het Oslo-syndroom: Verliefd op Anders Breivik









april 20, 2012
Door: Ewout Klei

Liefde kom je soms op de meest vreemde plekken tegen. De Nederlandse journaliste Joanie de Rijke werd in 2008 zes dagen gegijzeld door de Taliban. Ze werd door deze stoere strijders meerdere malen verkracht. Ze legde haar Afghaanse indrukken dubbelzinnig vast in het boek In handen van de Taliban.

Volgens Geert Wilders was dit boek hét symbool van het morele verval van de westerse beschaving. De Rijke toonde sympathie voor haar verkrachtende ontvoerders en zou daarom lijden aan het Stockholm-syndroom. Volgens Wilders lijden de voorstanders van de multiculturele samenleving aan dit syndroom, omdat ze sympathiseren met de islam die de westerse wereld probeert te veroveren. Ze stemmen hun beeld van de werkelijkheid af op de ander, in wiens macht ze verkeren. De Rijke wilde een debat en antwoordde dat Wilders politiek bedreef over haar rug. De PVV-leider ging niet op dit verzoek in.

De visie van Wilders op dit punt wordt onderschreven door Anders Breivik, de Noorse massamoordenaar. Breivik verzette zich tegen de islamisering, maar koos niet moslims maar (jonge) socialisten als doelwit voor zijn aanslag uit. Niet de moslimfundamentalist maar de sinistere (Latijn voor links) socialist roept bij het joods-christelijke verzet kennelijk de meeste walging op.

Mannen met macht hebben op sommige vrouwen een zekere aantrekkingskracht. Niet alleen de Taliban erotiseert, maar ook mannen als Josef Fritzl en Joran van der Sloot. Fritzl kreeg brieven van vrouwen, die hem zeiden te begrijpen. Fritzl zou zijn dochter hebben verkracht, om haar de vreugde van het moederschap te doen laten kennen. Ook Van der Sloot heeft sinds zijn verblijf in de Peruaanse gevangenis veel huwelijksaanzoeken gehad. In tegenstelling tot Joanie de Rijke zijn deze vrouwen nooit in handen gevallen van een gijzelaar. Hun verlangen blijft onbeantwoord.

Aan deze gevallen moest ik opeens denken, toen ik las over een Duitse vrouw die Noorwegen is uitgezet. De jonge dame in kwestie was een openlijke Breivik-fan, een zelfverklaarde vriendin van Anders zelfs, en had geprobeerd om in de rechtszaal te komen. Ik weet niet of er voor dit fenomeen al een naam bestaat, maar anders is het Oslo-syndroom wellicht een aardige vondst.

Ten slotte moest ik ook denken aan Els Michielsen, die in 2006 een PVV-meeuw op haar linkerbovenarm heeft getatoeëerd omdat Wilders kennelijk een onuitwisbare indruk op haar heeft gemaakt. Is dit misschien een gevalletje van Oslo-syndroom light?

400 jaar Turks-Nederlandse betrekkingen






400 jaar Turks-Nederlandse betrekkingen
april 14, 2012
Door: Ewout Klei

Aan de vooravond van zijn bezoek aan Nederland, haalde de Turkse president Abdullah Gül fel uit naar de omstreden Nederlandse politicus Geert Wilders. Volgens Gül is Wilders een islamofoob die met zijn extreme geluid radicalen voedt, en een klimaat schept van ‘wij tegen zij’. Wilders reageerde zoals te verwachten ondiplomatiek en twitterde: ”Turkse humor: christen-pester, koerden-mepper, hamas-vriend en islamist Gül klaagt over tolerantie”. De reden van Güls komst is dat Turkije en Nederland vieren dat zij dit jaar 400 diplomatieke betrekkingen met elkaar onderhouden. Zeker Wilders en de zijnen zouden zich eens echt moeten verdiepen, in de relatie tussen beide landen.

‘Liever Turks dan Paaps’

Sinds 1612 hebben Turkije (toen nog het Ottomaanse Rijk) en Nederland (de Republiek) officiële diplomatieke betrekkingen. De contacten waren echter al eerder gelegd, tijdens het begin van de Tachtigjarige Oorlog.

Willem van Oranje had contacten met Don Juan Miquez, een rijke joodse bankier uit Spanje die vanwege de inquisitie naar Constantinopel (het huidige Istanbul) was gevlucht. Willem van Oranje hoopte geld te kunnen lenen, om de Nederlandse Opstand tegen Spanje te kunnen blijven financieren. Via Miquez kwamen de Nederlandse opstandelingen met het Ottomaanse Rijk in contact. Ze hadden een gezamenlijk vijand: Spanje.

De Nederlandse opstandelingen wilden godsdienstvrijheid. Ze prefereerden het islamitische Ottomaanse Rijk boven het Rooms-katholieke Spanje. Toen de geuzen in 1574 de stad Leiden ontzetten, hadden hun boten Turkse vlaggen, en penningen in de vorm van een halve maan, met daarop de leus “Liever Turks dan Paaps”. De sultan liet christenen in zijn rijk extra belasting betalen, maar zette ze niet op de brandstapel.

De geuzen zongen veel liederen die ik als kind op mijn protestants-christelijke school uit mijn hoofd moest leren, zoals het ‘Wilhelmus’, het ‘Merck toch hoe sterck’ en ‘In naam van Oranje doe open de poort’. Ze hebben ook een liedje over de Turken gezongen:

Den Prince van Oraengien triumphant

Godt sal hem gheven wijsheyt en verstant,

Op dat Gods Woort tot desen stonden,

Mach gepreect worden aen elcken cant,

Liever Turcks dan paus bevonden.

Al is den Turk gheen Christen genaemt,

Hy en heeft niemant om tgeloove gebrant,

Als die papisten doen alle dage

In Zeeuws-Vlaanderen heet een klein dorpje Turkye. Prins Maurits, de zoon van Willem van Oranje, noemde het dorpje zo, vanwege de Turkse steun aan de Nederlandse opstand. De Nederlandse schrijver Dirk Volkertsz. Coornhert prees ook de Turkse tolerantie en wees erop dat de Turken de godsdiensten van onderworpen volken respecteerden.

In 1612 ontstonden de eerste officiële diplomatieke betrekkingen, toen er Nederlandse gezant in Constantinopel kwam, Cornelis Haga. Waar vroeger de Nederlandse ambassade gevestigd was, zit nu het consulaat generaal, omdat sinds 1923 Ankara de hoofdstad is. Toen ik in de herfst van 2010 in Istanbul was, heb ik het gebouw nog eventjes gezien.

Ik had nog even nagegoogled, en uiteraard had Geert Wilders al eerder bezwaren aangetekend tegen de viering van het 400-jarige bestaan van de Nederlands-Turkse betrekkingen:

“Er is niets te vieren. Het islamitische regime van Gül en zijn partijgenoot, de Turkse premier Erdogan, is geen waarachtige vriend van het Westen en dus ook niet van Nederland. President Gül is niet welkom. (…) De islam is fundamenteel intolerant ten opzichte van jodendom, christendom en humanisme.”

Dat de Turks-Nederlandse betrekkingen tot stand kwamen door een Joodse handelaar uit Constantinopel en de Nederlandse opstandelingen de Turken zagen als lichtend voorbeeld van tolerantie, lijkt de politicus niet te weten.

Ook culturele overwegingen speelden een rol in de Nederlandse belangstelling voor het Ottomaanse Rijk. Zo vonden bijvoorbeeld zeldzame manuscripten hun weg naar Nederlandse bibliotheken. Eind zestiende eeuw kwam de tulp vanuit Turkije naar Europa, die in Nederland eerst tot een periode van tulpengekte leidde en zich langzamerhand tot nationaal symbool ontwikkelde. De handelsbetrekkingen bleven zich voorspoedig ontwikkelen. In de negentiende eeuw vestigden veel Nederlandse kooplieden zich in het Ottomaanse Rijk, waar zij kansen zagen op het gebied van handel en landbouw.

In de twintigste eeuw bleven de contacten goed. Toen de Turken hun onafhankelijkheidsoorlog voerden tegen de Grieken, die Anatolië via Izmir waren binnengevallen, waren de Nederlandse kranten het Algemeen Handelsblad en de Haagse Post twee van de weinige kranten in Europa, die positief over de Turkse kant van het verhaal schreven. Nederland was één van de waarnemers op de Lausanne-conferentie in 1923, toen de Turks-Griekse oorlog werd beëindigd en de grenzen van het moderne Turkije werden vastgesteld. Nederland maakte geen bezwaar tegen de beëindiging van capitulatiesysteem, waardoor de Nederlanders in Turkije hun geprivilegieerde juridische positie moesten opgeven.

De Groenteman en de Turk

In de jaren zestig van de twintigste eeuw worden de banden tussen Turkije en Nederland nog veel hechter, als gevolg van de komst van Turkse gastarbeiders naar Nederland. De Nederlandse economie groeit in de tijd heel snel, en Nederlandse bedrijven hebben behoefte aan goedkope werkkrachten die laaggeschoold werk verrichten. Als de Nederlandse economie in de jaren zeventig en tachtig in de crisis komt, en veel bedrijven automatiseren, raken veel gastarbeiders werkloos. Omdat ze niet terugkeren naar Turkije maar daarentegen hun gezinnen laten overkomen naar Nederland, ontstaat er een grote etnische en culturele minderheid in Nederland, die in sociaal-economisch opzicht gebied behoorlijk is achtergesteld.

Het politieke verzet tegen de multiculturele samenleving bleef aanvankelijk beperkt tot marginale partijen, aan de rechterzijde van het politieke spectrum. Naast ‘extreem-rechtse’ partijen als de Nederlandse Volksunie en de Centrumpartij keerden ook de conservatief-socialistische partij DS’70 en de kleine orthodox-christelijke partijen GPV, RPF en SGP zich tegen de komst van gastarbeiders en hun gezinnen. Zo vond GPV-Kamerlid Bart Verbrugh dat “niet-assimileerbare etnische minderheden”, waarmee hij vooral doelde op moslims, de ontplooiing van Nederland remden en was hij van mening dat de islamitische bouwstijl niet paste bij de Nederlandse cultuur. Hij pleitte daarom voor het niet toekennen van passief kiesrecht aan mensen uit Turkije en Marokko, omdat zij een dubbele nationaliteit hadden en bovendien bezig zouden zijn met “islamitische groepsvorming”.

Onder grote politieke partijen, CDA, PvdA, VVD en D66, en de kleine linkse partijen bestond er daarentegen een multiculturele consensus. Andere culturen, ook de Turkse, vormden een verrijking voor de Nederlandse samenleving. Tot de komst van Fortuyn, werd kritiek op negatieve aspecten van de multiculturele samenleving door de politieke en culturele elite van Nederland meteen met racisme en discriminatie in verband gebracht.

Behalve voor discussies zorgde de komst van de Turken in Nederland ook voor humor. Het komische duo Van Kooten & De Bie dreef de spot met de omgang van autochtone Nederlanders met de Turkse gastarbeiders. Hilarisch is het filmpje van ‘De groenteman en de Turk’ uit 1984, waar groenteman Henk Blok ‘Turks’ en ‘Marokkaans’ heeft geleerd, om zijn allochtone klanten beter te kunnen helpen. Hij praat tegen ze in een soort van kleutertaaltje, met de impliciete boodschap dat Turken omdat ze nog niet zo goed Nederlands kunnen spreken eigenlijk heel dom zijn. Een zak aardappelen is een zak apies bijvoorbeeld. Aan het slot van de sketch wordt duidelijk, dat de Turkse klant helemaal niet dom is. Hij zegt dat het hem verbaast, dat Nederlanders steeds slechter hun moedertaal spreken.

De ontspannen manier, waarmee Van Kooten & De Bie aspecten van de multiculturele samenleving op de hak nemen, werkt mijns inziens verfrissend. Het progressieve multiculturele discours, dat met name nog gepropageerd wordt in PvdA- en GroenLinks-kringen, en het conservatieve monoculturele discours, dat behalve door de PVV ook door de VVD en de christelijke partijen wordt aangehangen, hebben met elkaar gemeen dat ze uiterst serieus en moralistisch zijn. Alles wordt heel zwart-wit gezien, in schema’s van goed en fout. Je krijgt dan van die boektitels als Het verraad van links (Carel Brendel) of Winnaars en verliezers (Leo en Jan Lucassen).

Het is erg opvallend, dat in het nieuwe millennium er eigenlijk nauwelijks over Turkse Nederlanders wordt gediscussieerd. Het gaat vooral over Marokkaanse Nederlanders. Uit wat cijfers blijkt, dat Turkse Nederlanders na hun aanvankelijke maatschappelijke achterstand aan het inhalen zijn. Na de Chinezen kennen de Turken als bevolkingsgroep de meeste zelfstandige ondernemers, zo’n 10%. Het geboortecijfer ligt ook erg laag, op 1,7, dat is veel lager dan het Marokkaanse geboortecijfer, en zelfs net iets lager dan het autochtone geboortecijfer. Het opleidingsniveau stijgt ook. Wel is de Turkse gemeenschap nogal erg op zichzelf gericht, in vergelijking met bijvoorbeeld de Marokkaanse gemeenschap en is de taalachterstand groter.

Hoewel iedereen dit voor zichzelf natuurlijk mag beslissen, denk ik dat Turkse Nederlanders hun Turkse en hun Nederlandse identiteit zouden moeten koesteren. Dit biedt denk ik ook veel economische en culturele kansen. Men is in beide talen en culturen thuis, wat een groot voordeel is voor handel en voor culturele uitwisseling. Turkije is één van de weinige landen waarvan de economie groeit in deze crisistijd. Ik zou proberen kansen te grijpen waar ze liggen.

Dit is een geactualiseerde bewerking van mijn bijdrage aan de Paneldiscussie van het Peritus Network, 16 februari 2012. Zie: http://www.peritusnetwork.nl/peritus-cafe-400-jaar-nederland-en-turkije/

Zijn journalisten (nog steeds) links?



Dit artikel staat ook op mijn Wordpressblog, en op Joop

april 12, 2012
Door: Ewout Klei

Nu J.L. Heldring is gestopt met zijn column in het NRC Handelsblad, lijkt Frits Bolkestein zijn stokje te willen overnemen als meest deftige conservatieve denker van Nederland. Maar waar Heldrings stukken altijd nieuwsgierig en verfrissend waren, daar zijn die van Bolkestein naargeestig en verzuurd.

Neem zijn opinieartikel tegen de vermeende linksheid van het Nederlandse journaille, in de Volkskrant van 10 april. Zonder dit ook maar een beetje proberen te onderbouwen beweert De Bolk dat de overgrote meerderheid van de Nederlandse journalisten links is en moraliseert. Als het artikel in de jaren zeventig was geschreven, in de tijd dat De Tijd elk jaar Joop den Uyl tot politicus van het jaar uitriep, had Bolkestein een punt. Maar we leven nu echt in andere tijden.

De Volkskrant is hier misschien wel het beste voorbeeld van. De aanvankelijk katholieke krant werd in de tijd van de ontzuiling links, maar is daarna opnieuw ontzuild en biedt rechtse columnisten en opiniemakers, waaronder Bolkestein zelf, een platform. Ook het NRC Handelsblad, dat na de Fortuynrevolte dankzij columnisten Jan Blokker en Elsbeth Etty in de ogen van sommige lezers een nogal zuurlinks imago had, is weer naar rechts gebogen. Blokker is niet meer, en Etty is ontslagen. Er zullen vast nog wel media zijn die onversneden links zijn, maar deze zijn op één hand te tellen. Vrij Nederland en Joop zijn links, Trouw is dat een beetje.

De Nederlandse journalisten zijn helemaal niet zo links meer. Tegenwoordig wordt Geert Wilders of Mark Rutte politicus van het jaar. Dat betekent niet meteen dat journalisten het met deze politici eens zijn, maar wel dat ze ook rechtse politici op hun merites kunnen beoordelen. Wat je ook van Wilders vindt, de media handig bespelen en de publieke opinie gevangen houden kan hij. En hoewel velen in crisistijd nu lachen als een boer met kiespijn, Rutte is nog steeds een verademing in vergelijking met zijn vermoeiende voorgangers Wim Kok en Jan Peter Balkenende. In de jaren zeventig zouden deze kwaliteiten niet zijn erkend, omdat veel journalisten toen als gevolg van de gepolariseerde verhoudingen bij voorbaat negatief waren over alles wat niet links (genoeg) was. Twee zeer getalenteerde politici met veel humor, Dries van Agt en Hans Wiegel, waren gehaat in de pers. Nu pas kunnen wij, dankzij de politieke geschiedschrijving, hun sterke kanten goed zien.

Wat voor journalisten, maar ook voor historici, columnisten, cultuurfilosofen etc. etc. nodig is, is een open houding. Bolkestein is verzuurd en versteend. Zijn analyses voegen niets toe aan het beeld van onze werkelijkheid, ze vormen alleen een zure epiloog op de politieke biografie die nog over De Bolk geschreven moet gaan worden. Sommige ouderen worden milder, als ze ouder worden. Ze kunnen de ideologische loopgraven waarin ze zich vroeger hadden ingegraven relativeren en durven over het niemandsland heen te lopen, om de ideologische ander de hand te reiken. Bolkestein daarentegen is geradicaliseerd. Hij heeft zijn ideologische stelling met zandzakken versterkt en stelt zich onverzoenlijk op. De frontale aanval helpt daarom niet. We kunnen hem het beste links, ik bedoel rechts, laten liggen.