Posts tonen met het label Pim Fortuyn. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Pim Fortuyn. Alle posts tonen

vrijdag, augustus 31, 2007

Wilders is een gevangene van zichzelf geworden

Dit artikel staat straks in CV-Koers van september 2007


Geert Wilders weet keer op keer nieuws te maken met zijn uitspraken over de islam. Dat doet eerder kwaad dan goed, constateert Ewout Klei. De polarisatiepolitiek van de PVV-leider moet dan ook worden bestreden. Maar niet met een goedkope pacificatiepolitiek.

De afgelopen weken stond Geert Wilders wéér volop in de spotlights, iets waar velen tegenwoordig lichtelijk moe van beginnen te worden. In de Volkskrant van 8 augustus vergeleek de blonde PVV-leider de Koran met Hitlers Mein Kampf. Beide boeken zouden volgens Wilders oproepen tot geweld tegen ongelovigen en andersdenkenden. Aanleiding voor zijn schrijven was de molestatie van ex-moslim Ehsan Jami. Volgens Wilders kwamen de daders dankzij de Koran tot hun daad, omdat hierin namelijk staat dat afvalligen gedood moeten worden. Wat moeten we nu met Wilders? En wat met de islam?
Wilders bereikt niets met zijn artikel. In ieder geval niets positiefs. Een koranverbod valt in de praktijk niet te handhaven. Alleen met een zedenpolitie naar goed Saoedisch voorbeeld, die bij moslims regelmatig huiszoekingen doet om te kijken of ze misschien korans hebben verstopt, maakt Wilders’ voorstel misschien een kans. Belangrijker is dat een koranverbod ingaat tegen onze grondwet, waarin de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst zijn vastgelegd. Willen we de Koran verbieden dan moeten we eerst de grondwet grondig veranderen en Nederland transformeren in een dictatuur. Misschien moet de Partij voor de (on)Vrijheid dit eens hardop zeggen in plaats van ons te vermoeien met symboolpolitiek.
Wat Wilders wel bereikt, is polarisatie. Dat is ook zijn voornaamste doel. Wilders wil weerstand. Hij wil bejubeld worden door zijn volgzame volgelingen en gehaat door zijn tegenstanders. Het draait allemaal om zijn grote ego. Hij probeert de publieke opinie gevangen te houden en telkens weer nieuws te zijn. Met andere woorden: Wilders wil de nieuwe Pim Fortuyn worden. Het is geen toeval dat hij gebruik maakt van Fortuyns terminologie en de islam stelselmatig een achterlijke cultuur noemt. Zijn PVV staat in de peilingen inmiddels op achttien zetels, wat al aardig in de buurt komt van de 26 zetels die de onlangs opgeheven LPF op 15 mei 2002 behaalde.
Haantjes
Toch zijn er wel belangrijke verschillen. Fortuyn was, als we Frits Bolkestein en Paul Scheffer even buiten beschouwing laten, de eerste die de multiculturele samenleving ter discussie durfde te stellen. Vóór Fortuyn werd in Nederland alle kritiek op de gewoonten en gedragingen van allochtonen met discriminatie of racisme verward. Ná Fortuyn is dat niet meer het geval en mogen man en paard genoemd worden. Fortuyn heeft de Nederlandse burgers wakker geschud met zijn galmende gong en hij maakte een discussie los. Wilders daarentegen maakt iedereen doof door alleen maar monotoon te hameren op de islam.
Wilders vraagt van zijn volgelingen absolute gehoorzaamheid. Alle PVV-Kamerleden doen braaf wat de grote leider zegt. Ook is de PVV geen normale partij met leden die kunnen meepraten over de koers van de club. De partij heeft alleen maar donateurs en kiezers. In aanleg is de PVV dus nog dictatorialer dan de SP van Jan Marijnissen, maar tegelijk ook weer niet, want als je geen leden hebt, valt er ook niks te besturen. Deze nieuwe orde in het partijleven legt een bom onder de Nederlandse democratie. Als alle partijen de PVV nadoen, bestaat het parlement straks namelijk alleen nog maar uit haantjes, die geen verantwoording willen afleggen voor wat ze allemaal kraaien om hun territorium af te bakenen.
Aanvankelijk was Wilders helemaal geen haan. Van 1998 tot 2002 was hij een trouw VVD-Kamerlid, een harde werker die niet opviel. Zijn toewijding en inzet werden niet beloond, want op 15 mei 2002 moest hij zijn zetel inleveren toen de VVD fors verloor. Op 26 juli werd hij echter weer Kamerlid, maar nu pakte hij het anders aan. Hij kwam dikwijls in het nieuws vanwege zijn ongezouten opinies, maar moest steeds radicalere uitspraken doen om in the picture te blijven.
Omdat hij zich niet kon vinden in het Turkije-standpunt van de VVD scheidde Wilders zich op 2 september 2004 af en begon voor zichzelf. Sinds zijn afsplitsing is Wilders vaak met de dood bedreigd, wat ongetwijfeld heeft bijgedragen aan zijn eigen radicalisering. Wilders, die sinds de moord op Theo van Gogh 24 uur per dag wordt bewaakt, is een gevangene van zichzelf geworden.
Struisvogelpolitiek
Het is gemakkelijk om tegen Wilders te zijn. Dit is echter niet zonder gevaren. Met name de PvdA heeft sterk de neiging om de multiculturele problematiek te negeren. Zo was minister Ella Vogelaar er als de kippen bij om de uitspraken van Wilders namens de regering te veroordelen, maar zei ze niets over de mishandeling van Jami twee dagen eerder. Struisvogelpolitiek ten voeten uit. Ook Wouter Bos maakte zich hier schuldig aan door aanvankelijk over de molestatie te zwijgen, maar na de uitlatingen van Wilders opeens te roepen dat Jami onnodig polariseerde. Bos gaf hiermee een duidelijk signaal: verbaal geweld tegen moslims is erger dan geweld van moslims.
Wat nu? Het is noodzakelijk dat in het debat over de multiculturele samenleving de nuance wordt gezocht. Wilders’ bombastische polarisatiepolitiek moet worden bestreden, maar niet met een blinde pacificatiepolitiek. Kritiek op onverdraagzame elementen in de islamitische godsdienst anno nu moet worden gecombineerd met een pleidooi voor tolerantie en verdraagzaamheid. In plaats van pathetische kritiek op de Koran of Mohammed moet de politiek zich sterk maken tegen vrouwendiscriminatie, homohaat, antisemitisme, terrorisme et cetera. De discussie kan dan ook gemakkelijker worden losgekoppeld van de islam an sich.
De politiek mag geen uitspraken doen over godsdiensten. Aan de orde zijn de openbare orde en grondrechten. De politiek moet daarom ook haar volle steun geven aan ex-moslims, wanneer zij gediscrimineerd worden vanwege hun ex-moslim-zijn. We leven namelijk nog steeds in een vrij land, waar voor moslims en ex-moslims, christenen en joden, atheïsten, agnosten en zelfs voor Wilders ruimte is.
Ewout Klei is historicus en publicist.
,,Als alle partijen de PVV nadoen, bestaat het parlement straks namelijk alleen nog maar uit haantjes, die geen verantwoording willen afleggen’’
[FOTOBIJSCHRIFT]
Geert Wilders staat de pers te woord in het Tweede Kamergebouw in Den Haag. Foto ANP.

vrijdag, mei 11, 2007

Wekkers van de Nederlandse natie

Dit artikel stond in Het Katern van 4 mei 2007.

Door Ewout Klei

Overmorgen is het precies vijf jaar geleden dat Pim Fortuyn is vermoord. Dr. W.S.P. Fortuyn was korte tijd buitengewoon hoogleraar maar bleef daarna de professortitel gewoon dragen, tegen de Nederlandse gewoonte van doe-maar-normaal-dan-ben-je-gek-genoeg in. Professor Pim heeft met zijn politieke optreden ons land wakker geschud. Dankzij hem staat Nederland in de buitenwereld niet meer te boek als het progressief tolerante gidsland, maar is het een land als alle andere.

Fortuyns impact op de Nederlandse politiek is enorm geweest. Er zijn partijen die zich expliciet op Fortuyn beroepen/beriepen, zoals de LPF en EenNL, en partijen die bereid waren om van de lessen van Fortuyn te leren, zoals de VVD en PvdA. Ook zijn er allerlei politici en opiniemakers die op een of andere manier aan Fortuyn doen denken, zoals Ayaan Hirsi Ali (Magan), Theo van Gogh, Marco Pastors, Rita Verdonk, Peter R.de Vries en last but not least Geert Wilders. Na de dood van Fortuyn is men vooral aan de haal gegaan met zijn ongezouten islamkritiek. Maar Fortuyn deed natuurlijk meer dan dat. Het fenomeen Fortuyn vond plaats in een zeer gespannen atmosfeer. Bovendien past de strijd van Fortuyn in een politieke traditie van provocerend profetische voortrekkers, waar zijn epigonen maar schril bij afsteken.

De Fortuynrevolte van 2001-2002 was een ware omwenteling. Die hing in de lucht. Politiek was weer spannend geworden. Iedereen praatte over Fortuyn. Iedereen voelde aan dat er iets stond te gebeuren. Gebeurtenissen volgenden elkaar in een rap tempo op. Gebeurtenissen waar Fortuyn altijd weer op een of andere manier mee te maken had. Gebeurtenissen die uitliepen op een climax.

Taart
Het begon allemaal op 20 augustus 2001, toen Fortuyn bekendmaakte de politiek in te willen gaan. Amper twee weken later waren de aanslagen op de Twin Towers, die zijn islamkritiek opeens wereldnieuws maakte. Op 25 november werd Fortuyn lijsttrekker van Leefbaar Nederland, op 20 januari 2002 lijsttrekker van Leefbaar Rotterdam. Op 9 februari vond het beruchte interview met Volkskrant -journalist Hans Wansink (die in 2004 zou promoveren op De erfenis van Fortuyn ) plaats, waarin Fortuyn zei artikel 1 van de Grondwet te willen afschaffen en de islam een achterlijke cultuur noemde. Dit zorgde voor de breuk met Leefbaar Nederland. Vervolgens hij op 11 februari met een eigen partij kwam die wel rekening hield met zijn ego: Lijst Pim Fortuyn. De LPF deed het goed in de peilingen en Fortuyn leek af te stevenen op een verkiezingsoverwinning.
De lijsttrekkers van de grote partijen voelden zich terecht bedreigd door Fortuyn, die schitterde in de televisiedebatten op RTL 4 en SBS 6. Om hem monddood te maken, werd Fortuyn gestigmatiseerd. Fortuyn was de Hollandse Haider of de Mussolini van de Lage Landen, niet rechts maar extreemrechts en Anne Frank zou weer moeten onderduiken in het Achterhuis. Fortuyn werd echter niet alleen gedemoniseerd maar ook bedreigd. Op 13 maart kreeg hij een taart in het gezicht en op 6 mei, enkele dagen voor de verkiezingen, werd hij vermoord.

Kookpunt
Met zijn theatraal tegendraadse optreden, zijn provocerende uitspraken en uitstraling, probeerde Fortuyn de aandacht van de publieke opinie op zich gevestigd te houden en de politieke gemoederen tot een kookpunt te brengen. Het fenomeen Fortuyn staat echter niet op zichzelf. In andere tijden en plaatsen zijn er ook populistische patriotten van het type Fortuyn geweest, die meenden hun vaderland van de ondergang te moeten redden. Het oude Griekenland had de redenaar Demosthenes, die stenen in zijn mond stopte om harder te kunnen spreken, en (tevergeefs) waarschuwde tegen het Macedonische imperialisme. Rome had Cicero die de samenzwering van Catilina bekendmaakte ( o tempora, o mores ). In het 18e-eeuwse Engeland in de jaren voor het roemruchte theefeest in Boston praatte men alleen maar over de vrijheidslievende John Wilkes, wiens scheelheid minstens zo legendarisch geweest moet zijn als Fortuyns schedel en Wilders' kapsel. En het 19e-eeuwse Frankrijk was een tijdlang in de ban van generaal Boulanger, die de nederlaag tegen Bismarck-Duitsland moest wreken en een geliefd onderwerp was van vele liedjes, krantenartikelen, bordspelen en populaire biografieën.

Fortuyn heeft zich ook door een dergelijk figuur laten inspireren, namelijk door de Overijsselse politicus baron Joan Derk van der Capellen tot den Pol (1741-1784). Fortuyns manifest Aan het volk van Nederland. De contractmaatschappij , een sociaal-economische zedenschets uit 1992 was aan Van der Capellen opgedragen. Om Fortuyn beter te begrijpen, is het daarom relevant om te kijken naar het optreden van zijn ,,illustere voorganger en voorbeeld,,.

Martelaar
Joan Derk van der Capellen werd op 2 november 1741 geboren in Tiel. Hij studeerde rechten in Utrecht en vatte toen het plan op om Nederland te hervormen. Om dit van binnenuit te doen, was het nodig om lid te worden van een Ridderschap, het bestuursorgaan waarin de adel vertegenwoordigd was en onderdeel uitmaakte van de Provinciale Staten. Na veel moeite lukte het Van der Capellen om in 1772 lid te worden van de Staten van Overijssel. Hij had hiervoor de hulp ingeroepen van stadhouder prins Willem V, die dacht in Van der Capellen een medestander gevonden te hebben. De baron zou de politiek van de prins echter fel bestrijden.

De historicus Jan Romein noemde in Erflaters van onze beschaving Van der Capellen 'een tribuun der burgerij', omdat de baron in zijn strijd tegen vriendjespolitiek een beroep deed op de volksstem. Omdat men in de 18e-eeuw nog geen democratische verkiezingen kende, maakte Van der Capellen gebruik van buitenparlementaire middelen om de burgers bij de politiek te betrekken. Hij bracht geheime vergaderstukken in openbaarheid en liet zijn toespraken voor de Landdag van tevoren drukken en onder het volk verspreiden. De regenten konden Van der Capellens strijdmethode en sterk gepolitiseerde retoriek niet waarderen. Zijn bijdrages op de Statenvergaderingen werden daarom niet zelden uit de notulen geschrapt en in de 'secrete capse' (de doofpot) gestopt. Dit was onverstandig, want Van der Capellen kon in reactie hierop de politieke martelaar uithangen. Zijn martelaarschap werd in 1778 compleet, toen hij als lid van de Ridderschap werd geschorst. Vier jaar lang zou zijn politieke ballingschap duren. Dankzij een door hem georganiseerde petitiebeweging gehouden onder de Overijsselse burgers wist Van der Capellen terug te keren in de politiek. Een jaar eerder, in 1781, had Van der Capellen anoniem het pamflet Aan het volk van Nederland geschreven. Dit pamflet, dat in de nacht van 25 op 26 september over heel ons land was verspreid, vormde de klaroenstoot voor de patriottenbeweging. Niet alleen in Overijssel maar in heel Nederland gingen burgers aandringen op meer invloed op het bestuur. En hoewel de patriotten in 1787 door de Pruisische inval van hun macht werden beroofd, keerden ze in 1795 terug en bouwden ze mee aan de opbouw van Nederland als moderne democratische eenheidsstaat: de Bataafse Republiek (1795-1806).

Volksstem
De politieke carrière van Fortuyn lijkt erg op die van Van der Capellen. Beide politici waren buitenstaanders die graag de rol van martelaar speelden. Maar ook schroomden ze niet om van partij te wisselen wanneer dit hun van pas kwam. Zoals Van der Capellen (uit opportunisme) aanvankelijk orangist was, zo was Fortuyn (met overtuiging) marxist en lid van de PvdA. In hun strijd tegen de politieke elite (Oranje of Paars van kleur) deden ze allebei een beroep op de volksstem. In deze strijd wisten ze bovendien altijd in the picture te blijven, namelijk door de al dan niet geschreven regels van het politieke spel op provocatieve wijze te overtreden. Van der Capellen bracht geheime stukken in de openbaarheid en schreef anonieme strijdschriften, Fortuyn had kritiek op het heilige huisje dat multiculturalisme heette en vertelde zonder gêne over zijn pleziertjes in de dark room.

Terug naar het heden: Van der Capellen en Fortuyn overtraden de regels van het politieke spel met een heel duidelijk doel. Ze keerden zich tegen het vastgeroeste politieke systeem van hun tijd en wilden de zaak weer in beweging brengen. Hun optreden verschilt in dit opzicht enorm van dat van ex-filmmaker en ex-Metrocolumnist wijlen Theo van Gogh en Kamerlid en GeenStijl-columnist Geert Wilders. Van Gogh en Wilders hebben het alleen maar over islam, provoceren om het provoceren en drijven alles tot in het waanzinnige op de spits. Hun polarisatiestrategie en zucht naar publiek martelaarschap heeft helemaal geen zin, want Fortuyn heeft ons land immers wakker geschud. Onze tijd vraagt om andere strijdmiddelen. De patriottentijd was heel rumoerig. In de Bataafse tijd werden de verschillende partijen echter weer met elkaar verzoend en kwamen er veel hervormingen tot stand. Vandaag moet er daarom naar constructieve oplossingen worden gezocht. Post-Fortuynistisch Nederland heeft een redelijk alternatief nodig. Nu Fortuyn ons met zijn galmende gong heeft gewekt, hebben we geen behoefte aan de ketelmuziek van Van Gogh, of het schandaal van het Wilderiaanse simplisme.

Ewout Klei studeerde geschiedenis en won in 2005 de Radixprijs voor zijn eindscriptie over Van der Capellen en Fortuyn. Hij is momenteel werkzaam als assistent in opleiding aan de Theologische Universiteit (Broederweg) te Kampen en schrijft een proefschrift over het Gereformeerd Politiek Verbond.